VS vervangen de wereldwijde toeslag van 10% door Section 301-heffingen wegens dwangarbeid
Toen de Section 122-toeslag op 24 juli 2026 afliep, gingen nieuwe Section 301-heffingen van 10% of 12,5% in op goederen uit 60 economieën, waaronder China, Vietnam, India, Turkije, het VK en de EU.
Toeslagen onder Section 122 zijn beperkt tot 150 dagen en het Congres heeft de toeslag van februari niet verlengd. Die liep dus af op 24 juli 2026. De Amerikaanse handelsvertegenwoordiger (USTR) verving hem in dezelfde minuut door heffingen onder Section 301, op basis van de vaststelling dat 60 economieën de invoer van goederen gemaakt met dwangarbeid niet effectief verbieden.
Tarieven per oorsprong
- 10% bovenop het normale tarief: Argentinië, Bangladesh, Cambodja, Canada, Ecuador, El Salvador, Guatemala, Honduras, India, Indonesië, Jordanië, Maleisië, Mexico, Pakistan, Sri Lanka, Trinidad en Tobago, Verenigd Koninkrijk.
- 12,5% bovenop het normale tarief: 38 economieën, waaronder China, Vietnam, Thailand, Turkije, Brazilië, Australië, Saoedi-Arabië, de VAE, Singapore en Zuid-Afrika.
- Gezamenlijk plafond van 10%: EU-lidstaten en Taiwan. De heffing vult het normale tarief (MFN) alleen aan tot 10%; een product met 12% MFN betaalt niets extra.
- Gezamenlijk plafond van 12,5%: Japan, Zuid-Korea en Zwitserland.
Uitzonderingen en stapeling
USMCA-conforme goederen uit Canada en Mexico zijn vrijgesteld. Sommige grondstoffen, bepaalde geneesmiddelen en onderdelen voor burgerluchtvaart vallen erbuiten. Voor China komt de nieuwe heffing bovenop de bestaande Section 301-lijsten (25% of 7,5%).
Anders dan Section 122 hebben Section 301-heffingen geen vaste einddatum.
Wat het betekent voor Nederlandse exporteurs
Voor EU-goederen geldt het plafond van 10%. Veel industriële goederen met een laag MFN-tarief gaan naar 10%; voor goederen met een hoger tarief is de extra heffing nul.
Voorbeeld: katoenen T-shirts met 16,5% MFN betalen uit Turkije nu 16,5% + 12,5% = 29%. Uit Nederland blijft het 16,5%, omdat het EU-plafond al is overschreden.